Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.1-3.1-33

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1714 VAN DE COMMISSIE

van 30 september 2019

tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 136/2004 en (EG) nr. 282/2004 wat betreft het model van het gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst voor producten en dieren en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 669/2009 wat betreft het model van het gemeenschappelijk document van binnenkomst voor bepaalde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 91/496/EEG van de Raad van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG en 90/675/EEG (1), en met name artikel 3, lid 2, en artikel 7, lid 2,

Gezien Richtlijn 97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (2), en met name artikel 3, lid 5, artikel 4, lid 5, en artikel 5, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (3), en met name artikel 15, lid 5,

Gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (4), en met name artikel 53, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 136/2004 van de Commissie (5) zijn de procedures vastgesteld voor de veterinaire controles die overeenkomstig Richtlijn 97/78/EG in grensinspectieposten worden uitgevoerd op producten die uit derde landen in de Unie worden binnengebracht. Bijlage III bij die verordening bevat het model van het gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst (GDB) dat de belanghebbende bij de lading moet invullen en doorsturen om het veterinaire personeel van de grensinspectiepost van de aankomst van producten in kennis te stellen en dat onder de verantwoordelijkheid van de officiële dierenarts in de grensinspectiepost moet worden ingevuld om de voltooiing van de veterinaire controles te bevestigen.

(2)

Bij Verordening (EG) nr. 282/2004 van de Commissie (6) zijn de regels vastgesteld voor de procedures voor de aangifte van en de veterinaire controle die overeenkomstig Richtlijn 91/496/EEG in grensinspectieposten wordt uitgevoerd op uit derde landen afkomstige dieren die in de Unie worden binnengebracht. Bijlage I bij die verordening bevat het model van het gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst (GDB dieren) dat de belanghebbende bij de lading moet invullen en doorsturen om het keuringspersoneel van de grensinspectiepost van de aankomst van dieren in kennis te stellen en dat onder de verantwoordelijkheid van de officiële dierenarts in de grensinspectiepost moet worden ingevuld om de voltooiing van de veterinaire controles te bevestigen.

(3)

Bij Verordening (EG) nr. 669/2009 van de Commissie (7) zijn de regels vastgesteld betreffende meer uitgebreide officiële controles die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 882/2004 in aangewezen punten van binnenkomst in de Unie worden uitgevoerd op de invoer uit bepaalde derde landen van bepaalde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong. Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 669/2009 bevat het model van het gemeenschappelijk document van binnenkomst (GDB) dat exploitanten van diervoeder- en levensmiddelenbedrijven voor bepaalde in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 884/2014 van de Commissie (8) bedoelde diervoeders en levensmiddelen moeten invullen en doorsturen om de bevoegde autoriteit in het aangewezen punt van binnenkomst (APB) of in het aangewezen punt van invoer (API) van de aankomst van zendingen in kennis te stellen en dat de bevoegde autoriteit moet invullen om de voltooiing van de officiële controles te bevestigen.

(4)

Het onlinesysteem Traces is bij Beschikking 2004/292/EG van de Commissie (9) ingesteld om het werk van exploitanten en bevoegde autoriteiten te vereenvoudigen en de automatische uitwisseling van informatie tussen veterinaire en douaneautoriteiten mogelijk te maken. Krachtens Beschikking 2004/292/EG moeten de lidstaten Traces ook gebruiken om de gemeenschappelijke veterinaire documenten van binnenkomst voor producten en dieren in te vullen en door te sturen. Sinds 2011 kunnen exploitanten en bevoegde autoriteiten Traces ook gebruiken om het gemeenschappelijk document van binnenkomst in te vullen en door te sturen. lidstaten gebruiken Traces daarvoor op vrijwillige basis.

(5)

Op grond van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad (10) moet de Commissie in samenwerking met de lidstaten een geautomatiseerd informatiemanagementsysteem voor officiële controles (Imsoc) oprichten en beheren om de gegevens, informatie en documenten betreffende officiële controles te beheren, te verwerken en automatisch uit te wisselen. De bedoeling van het Imsoc is de door de Commissie beheerde informatiesystemen, waaronder Traces, erin te integreren en indien nodig bij te werken alsook te voorzien in passende verbindingen tussen die systemen en de bestaande nationale systemen van de lidstaten. De Richtlijnen 91/496/EEG en 97/78/EG en Verordening (EG) nr. 882/2004 worden met ingang van 14 december 2019 ingetrokken bij en vervangen door Verordening (EU) 2017/625.

(6)

Bij Verordening (EU) 2017/625 is bepaald dat voor elke zending van de in artikel 47, lid 1, van die verordening bedoelde categorieën dieren en goederen een gemeenschappelijk gezondheidsdocument van binnenkomst (GGB) moet worden gebruikt door de voor de zending verantwoordelijke exploitant om de autoriteiten van de grenscontrolepost van tevoren van de aankomst van de zending in kennis te stellen en door de autoriteiten van de grenscontrolepost om de uitkomst van de officiële controles en de op grond daarvan genomen beslissingen vast te leggen. Het gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst en het gemeenschappelijk document van binnenkomst worden bijgevolg met ingang van 14 december 2019 vervangen door het gemeenschappelijk gezondheidsdocument van binnenkomst.

(7)

Bij Verordening (EU) 2017/625 is tevens bepaald dat het Imsoc de opstelling, verwerking en doorgifte van het GGB mogelijk moet maken en dat de Commissie bevoegd is regels vast te stellen betreffende de vorm van het GGB en de instructies voor de indiening en het gebruik ervan, rekening houdend met de internationale normen, alsook regels voor het gebruik van elektronische handtekeningen.

(8)

Om de administratieve procedures nog eenvoudiger en sneller te maken voor exploitanten en bevoegde autoriteiten heeft de Commissie een nieuwe versie van Traces ontwikkeld die het mogelijk maakt het GGB vanaf 14 december 2019 volledig elektronisch op te stellen. Deze nieuwe versie van Traces is in overeenstemming met de internationale normen voor papierloze handelsfaciliteiten, de in Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad (11) vastgestelde normen voor gekwalificeerde elektronische handtekeningen, zegels en tijdstempels, en de in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/1506 van de Commissie (12) vastgestelde technische specificaties voor geavanceerde elektronische handtekeningen en zegels.

(9)

De huidige versie van Traces, die wordt gebruikt om gemeenschappelijke veterinaire documenten van binnenkomst en gemeenschappelijke documenten van binnenkomst in te vullen en door te sturen, wordt vanaf 14 december 2019 stopgezet; vanaf die datum moeten de exploitanten en bevoegde autoriteiten de GGB’s invullen en indienen met behulp van de nieuwe versie van Traces.

(10)

Om een vlotte overgang naar de nieuwe versie van Traces mogelijk te maken, moeten de exploitanten en bevoegde autoriteiten de mogelijkheid krijgen tot en met 13 december 2019 te kiezen of zij de huidige of de nieuwe versie van Traces gebruiken om gemeenschappelijke veterinaire documenten van binnenkomst en gemeenschappelijke documenten van binnenkomst in te vullen en door te sturen. Bij deze verordening moeten daarom met de nieuwe versie van Traces compatibele modellen van het gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst (voor dieren en producten) en van het gemeenschappelijk document van binnenkomst (voor bepaalde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong) worden vastgesteld.

(11)

Bij de Verordeningen (EG) nr. 136/2004 en (EG) nr. 282/2004 is bepaald dat het opstellen, het gebruik, het doorsturen en het bewaren van gemeenschappelijke veterinaire documenten van binnenkomst met instemming van de bevoegde autoriteit met elektronische middelen mag gebeuren. Bij Verordening (EG) nr. 882/2004 is bovendien bepaald dat de Commissie eisen mag vaststellen betreffende de principes die in acht moeten worden genomen om een betrouwbare certificering te waarborgen, met inbegrip van elektronische certificering. Om het invullen en doorsturen van de modellen van het gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst en het gemeenschappelijk document van binnenkomst in de nieuwe versie van Traces zo efficiënt mogelijk te maken, moeten bij deze verordening de veiligheidseisen worden vastgesteld waaraan moet worden voldaan met betrekking tot het gebruik van elektronische gemeenschappelijke veterinaire documenten van binnenkomst en gemeenschappelijke documenten van binnenkomst in dat systeem.

(12)

Derhalve moeten de bepalingen in verband met de kennisgeving van de aankomst van producten en dieren in de Verordeningen (EG) nr. 136/2004 en (EG) nr. 282/2004 worden gewijzigd om het gebruik van twee verschillende modellen van het gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst mogelijk te maken en moeten in die verordeningen voorschriften voor het invullen van een elektronisch gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst worden vastgesteld. Bovendien moet aan die verordeningen een bijlage worden toegevoegd met het model van het gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst voor producten en dieren dat in de nieuwe versie van Traces moet worden gebruikt.

(13)

Evenzo moet de definitie van gemeenschappelijk document van binnenkomst in Verordening (EG) nr. 669/2009 worden aangepast om het gebruik van twee verschillende modellen van het gemeenschappelijk document van binnenkomst mogelijk te maken, moeten in die verordening voorschriften voor het invullen van een elektronisch gemeenschappelijk document van binnenkomst worden vastgesteld en moet aan die verordening een bijlage worden toegevoegd met het model van het gemeenschappelijk document van binnenkomst dat in de nieuwe versie van Traces moet worden gebruikt.

(14)

Omwille van de consistentie moet de datum tot wanneer deze verordening van toepassing is dezelfde zijn als de datum waarop de Richtlijnen 91/496/EEG en 97/78/EG en Verordening (EG) nr. 882/2004 ophouden van toepassing te zijn.

(15)

De Verordeningen (EG) nr. 136/2004, (EG) nr. 282/2004 en (EG) nr. 669/2009 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(16)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Verordening (EG) nr. 136/2004

Verordening (EG) nr. 136/2004 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 2 wordt lid 1 vervangen door:

“1. Vóór de fysieke aankomst van de partij op het grondgebied van de Gemeenschap moet de belanghebbende bij de lading de aankomst van de producten aan het veterinaire personeel van de betrokken grensinspectiepost melden onder gebruikmaking van een document dat is opgesteld overeenkomstig één van de modellen van het Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst (GDB) die zijn vastgelegd in bijlage III en bijlage VI, deel 2.”.

2)

Het volgende artikel 10 bis wordt ingevoegd:

Artikel 10 bis

Voorschriften voor het invullen van een elektronisch GDB

1. Indien een elektronisch GDB wordt gebruikt, moet dat in Traces worden ingevuld en aan elk van de volgende voorschriften voldoen:

a)

het is in overeenstemming met het model dat is vastgelegd in bijlage VI, deel 2;

b)

het draagt de elektronische handtekening van de voor de lading verantwoordelijke exploitant;

c)

het draagt de geavanceerde of gekwalificeerde elektronische handtekening van de officiële dierenarts in de grensinspectiepost of van een andere officiële dierenarts die onder toezicht van eerstgenoemde werkzaam is;

d)

het draagt het geavanceerd of gekwalificeerd elektronische zegel van de bevoegde autoriteit die het GDB afgeeft en waaraan de officiële dierenarts in de grensinspectiepost of een andere officiële dierenarts die onder toezicht van eerstgenoemde werkzaam is, verbonden is;

e)

het is door Traces verzegeld met een geavanceerd of gekwalificeerd elektronisch zegel.

2. Elk van de in lid 1 bedoelde handelingen wordt voorzien van een gekwalificeerd elektronisch tijdstempel.”.

3)

Een nieuwe bijlage VI, waarvan de tekst in bijlage I bij deze verordening is opgenomen, wordt toegevoegd.

Artikel 2

Wijziging van Verordening (EG) nr. 282/2004

Verordening (EG) nr. 282/2004 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 1 wordt lid 1 vervangen door:

“1. In het kader van het binnenbrengen in de Gemeenschap van uit een derde land afkomstige dieren als bedoeld in Richtlijn 91/496/EEG maakt de belanghebbende bij de lading in de zin van de definitie in artikel 2, lid 2, onder e), van Richtlijn 97/78/EG hiervan uiterlijk één werkdag voor de verwachte aankomst van het (de) dier(en) op het grondgebied van de Gemeenschap melding. De kennisgeving geschiedt aan het keuringspersoneel van de grensinspectiepost, onder gebruikmaking van een document dat is opgesteld overeenkomstig één van de modellen van het Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst (GVDB) die zijn vastgelegd in bijlage I en bijlage III, deel 2.”.

2)

Het volgende artikel 7 bis wordt ingevoegd:

Artikel 7 bis

Voorschriften voor het invullen van een elektronisch GVDB

1. Indien een elektronisch GVDB wordt gebruikt, moet dat in Traces worden ingevuld en aan elk van de volgende voorschriften voldoen:

a)

het is in overeenstemming met het model dat is vastgelegd in bijlage III, deel 2;

b)

het draagt de elektronische handtekening van de voor de lading verantwoordelijke exploitant;

c)

het draagt de geavanceerde of gekwalificeerde elektronische handtekening van de officiële dierenarts van de grensinspectiepost of van een andere officiële dierenarts die onder haar/zijn toezicht werkzaam is;

d)

het draagt het geavanceerd of gekwalificeerd elektronisch zegel van de bevoegde autoriteit die het GVDB afgeeft en waaraan de officiële dierenarts van de grensinspectiepost of een andere officiële dierenarts die onder haar/zijn toezicht werkzaam is, verbonden is;

e)

het is door Traces verzegeld met een geavanceerd of gekwalificeerd elektronisch zegel.

2. Elk van de in lid 1 bedoelde handelingen wordt voorzien van een gekwalificeerd elektronisch tijdstempel.”.

3)

Een nieuwe bijlage III, waarvan de tekst in bijlage II bij deze verordening is opgenomen, wordt toegevoegd.

Artikel 3

Wijziging van Verordening (EG) nr. 669/2009

Verordening (EG) nr. 669/2009 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 3 wordt punt a) vervangen door:

“a)

“gemeenschappelijk document van binnenkomst (GDB)”: het in artikel 6 bedoelde document dat moet worden ingevuld door de exploitant van het diervoeder- en levensmiddelenbedrijf of zijn vertegenwoordiger en door de bevoegde autoriteit die bevestigt dat de officiële controles zijn uitgevoerd, en waarvan modellen zijn opgenomen in bijlage II en bijlage III, deel 2;”.

2)

Het volgende artikel 7 bis wordt ingevoegd:

Artikel 7 bis

Voorschriften voor het invullen van een elektronisch GDB

1. Indien een elektronisch GDB wordt gebruikt, moet dat in Traces worden ingevuld en aan elk van de volgende voorschriften voldoen:

a)

het is in overeenstemming met het model dat is vastgelegd in bijlage III, deel 2;

b)

het draagt de elektronische handtekening van de voor de zending verantwoordelijke exploitant;

c)

het draagt de geavanceerde of gekwalificeerde elektronische handtekening van de officiële inspecteur van:

i)

het aangewezen punt van binnenkomst, of

ii)

het aangewezen punt van invoer, of

iii)

het controlepunt, gedurende de in artikel 19, lid 1, vastgestelde overgangsperiode;

d)

het draagt het geavanceerd of gekwalificeerd elektronisch zegel van de bevoegde autoriteit die het GDB afgeeft en waaraan de officiële inspecteur verbonden is;

e)

het is door Traces verzegeld met een geavanceerd of gekwalificeerd elektronisch zegel.

2. Elk van de in lid 1 bedoelde handelingen wordt voorzien van een gekwalificeerd elektronisch tijdstempel.”.

3)

Een nieuwe bijlage III, waarvan de tekst in bijlage III bij deze verordening is opgenomen, wordt toegevoegd.

Artikel 4

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing tot en met 13 december 2019.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 september 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1) PB L 268 van 24.9.1991, blz. 56.

(2) PB L 24 van 30.1.1998, blz. 9.

(3) PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.

(4) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(5) Verordening (EG) nr. 136/2004 van de Commissie van 22 januari 2004 tot vaststelling van procedures voor de veterinaire controles in de grensinspectieposten van de Gemeenschap bij het binnenbrengen van producten uit derde landen (PB L 21 van 28.1.2004, blz. 11).

(6) Verordening (EG) nr. 282/2004 van de Commissie van 18 februari 2004 betreffende de vaststelling van een document voor de aangifte en de veterinaire controle van uit derde landen afkomstige dieren die in de Gemeenschap worden binnengebracht (PB L 49 van 19.2.2004, blz. 11).

(7) Verordening (EG) nr. 669/2009 van de Commissie van 24 juli 2009 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft meer uitgebreide officiële controles op de invoer van bepaalde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong en tot wijziging van Beschikking 2006/504/EG (PB L 194 van 25.7.2009, blz. 11).

(8) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 884/2014 van de Commissie van 13 augustus 2014 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van bepaalde diervoeders en levensmiddelen uit bepaalde derde landen in verband met het risico van verontreiniging met aflatoxinen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1152/2009 (PB L 242 van 14.8.2014, blz. 4).

(9) Beschikking 2004/292/EG van de Commissie van 30 maart 2004 betreffende de toepassing van het Traces-systeem en tot wijziging van Beschikking 92/486/EEG (PB L 94 van 31.3.2004, blz. 63).

(10) Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1).

(11) Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73).

(12) Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/1506 van de Commissie van 8 september 2015 tot vaststelling van specificaties betreffende formaten van geavanceerde elektronische handtekeningen en geavanceerde zegels die door openbare instanties moeten worden erkend overeenkomstig respectievelijk artikel 27, lid 5, en artikel 37, lid 5, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt (PB L 235 van 9.9.2015, blz. 37).


BIJLAGE I

Bijlage VI

DEEL 1

Richtsnoeren met betrekking tot het gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst voor producten — model 2 (GDB-P2)

Algemeen

Deel I moet worden ingevuld door de belanghebbende bij de lading of diens vertegenwoordiger zoals omschreven in artikel 2, lid 2, onder e), van Richtlijn 97/78/EG.

Deel II en deel III mogen uitsluitend worden ingevuld door de officiële dierenarts of de daartoe aangewezen officiële ambtenaar (overeenkomstig Beschikking 93/352/EEG).

De in dit deel gespecificeerde gegevens vormen de data dictionaries voor de elektronische versie van het GDB-P2.

Papieren exemplaren van een elektronisch GDB-P2 moeten een uniek machineleesbaar optisch etiket dragen dat naar de elektronische versie verwijst.

Van de vakken I.20 tot en met I.25 en II.9 tot en met II.16 moet telkens één vak worden geselecteerd; selecteer voor elk vak één optie.

Als in een vak meerdere opties kunnen worden geselecteerd, worden in de elektronische versie van het GDB-P2 alleen de geselecteerde opties weergegeven.

Als een vak niet verplicht is, wordt de inhoud ervan weergegeven als doorgehaalde tekst.

De volgorde van de vakken in het model van het GDB-P2 en de grootte en vorm van die vakken zijn indicatief.

Als een stempel vereist is, is het elektronische equivalent daarvan een elektronisch zegel.

DEEL I — BESCHRIJVING VAN DE ZENDING

Vak

Omschrijving

I.1

Verzender/exporteur

 

Vermeld de commerciële organisatie (in het derde land) die de zending verstuurt.

I.2

Referentienummer GDB

 

Dit is de unieke alfanumerieke code die door Traces wordt toegewezen en in de vakken II.2 en III.2 wordt herhaald.

I.3

Lokaal referentienummer

 

Vermeld de door de bevoegde autoriteit toegewezen unieke alfanumerieke code.

I.4

Buitengrensinspectiepost

 

Selecteer de naam van de buitengrensinspectiepost (BIP).

Vermeld in het geval van een volgend GDB voor een niet-conforme zending de naam van de Traces-eenheid die verantwoordelijk is voor het toezicht op de vrije zone, het vrij entrepot of het douane-entrepot waar de zending zal worden geleverd en opgeslagen.

I.5

Code buitengrensinspectiepost

 

Dit is de unieke alfanumerieke code die door Traces aan de BIP wordt toegewezen.

I.6

Geadresseerde/importeur

 

Vermeld het adres van de persoon of de commerciële organisatie die op het certificaat voor het derde land is aangegeven. Als het adres niet op het certificaat is vermeld, kan het adres van de relevante commerciële documenten worden gebruikt.

I.7

Plaats van bestemming

 

Vermeld het leveringsadres in de Unie. Dit geldt zowel voor conforme als voor niet-conforme goederen (zie vak I.19).

I.8

Voor de lading verantwoordelijke exploitant

 

Dit is de persoon als omschreven in artikel 2, lid 2, onder e), van Richtlijn 97/78/EG (ook vertegenwoordiger of declarant), die verantwoordelijk is voor de zending wanneer die wordt aangeboden in de grensinspectiepost en die de nodige verklaringen aflegt aan de bevoegde autoriteiten namens de importeur: vermeld naam en adres.

I.9

Begeleidende documenten

 

Veterinair certificaat/document:

Datum van afgifte: datum waarop het certificaat/document is ondertekend door de officiële dierenarts of de bevoegde autoriteit.

Nummer: vermeld het unieke officiële nummer van het certificaat. Voor producten uit een erkende of geregistreerde inrichting of boot, vermeld de naam en het erkenningsnummer/registratienummer indien van toepassing. Vermeld voor rietjes met embryo’s, eicellen of sperma het identiteitsnummer van het erkende team dat de embryo’s, de eicellen of het sperma heeft gewonnen.

Referentienummer commerciële documenten: het nummer van de luchtvrachtbrief, het nummer van de zeevrachtbrief of het commercieel registratienummer van de trein of het wegvoertuig.

I.10

Voorafgaande kennisgeving

 

Vermeld de datum en het tijdstip waarop de zending waarschijnlijk zal aankomen in de BIP.

I.11

Land van oorsprong

 

Dit is het land waar het eindproduct is geproduceerd, vervaardigd of verpakt.

I.12

Niet van toepassing

I.13

Vervoermiddelen

 

Vermeld alle gegevens betreffende het vervoermiddel van aankomst: voor vliegtuigen het vluchtnummer, voor vaartuigen de naam van het vaartuig, voor wegvoertuigen het registratienummer met eventueel het nummer van de aanhanger, voor treinwagons de identificatiegegevens van de trein en het wagonnummer.

I.14

Land van verzending

 

Dit is het derde land waar de zending is geladen in het vervoermiddel waarmee zij uiteindelijk naar de Unie is gebracht.

I.15

Inrichting van oorsprong

 

Dit vak kan worden gebruikt om de naam, het adres (straat, gemeente en regio/provincie/deelstaat, naargelang het geval), het land en de ISO-landcode van de inrichting(en) van oorsprong te vermelden.

Vermeld in voorkomend geval het registratie- of erkenningsnummer.

I.16

Vervoersomstandigheden

 

Selecteer de in acht te nemen transporttemperatuur.

I.17

Containernummer/zegelnummer

 

Vermeld alle zegelnummers en containernummers voor zover dat relevant is.

Vermeld voor een officieel zegel het in het officiële certificaat vermelde officiële zegelnummer en selecteer “officieel zegel” of vermeld een ander zegel zoals aangegeven in de begeleidende documenten.

I.18

Gecertificeerd als of voor

 

Selecteer de categorie waarvoor de zending wordt aangeboden: menselijke consumptie, diervoeder, farmaceutisch gebruik, technisch gebruik of overig.

I.19

Conformiteit van de goederen

 

Selecteer “conform” voor alle producten die worden aangeboden om op de markt van de Unie in het vrije verkeer te worden gebracht, inclusief producten die toegelaten zijn maar toch onder toezicht zullen worden vervoerd, en producten die, nadat zij op veterinaire gronden zijn vrijgegeven voor het vrije verkeer, mogen worden opgeslagen onder douanecontrole en later kunnen worden ingeklaard, hetzij in het douanekantoor waarvan de grensinspectiepost geografisch afhangt, hetzij elders.

Selecteer “niet-conform” voor producten die niet aan de EU-voorschriften voldoen en die bestemd zijn om onder een regeling vrije zone, vrij entrepot, douane-entrepot, leverancier aan zeevervoermiddelen of zeevervoermiddelen te worden geplaatst of om te worden doorgevoerd naar een derde land (zie vakken 22 en 24).

I.20

Voor overlading naar

 

Selecteer dit vak wanneer een zending niet wordt ingevoerd in deze grensinspectiepost maar in een ander vaartuig of een ander vliegtuig verder wordt vervoerd hetzij om te worden ingevoerd in de EU via een tweede en volgende grensinspectiepost in de EU/EER, hetzij met een derde land als bestemming.

Vermeld de naam van de tweede en volgende grensinspectiepost en de daaraan door Traces toegewezen unieke alfanumerieke code of de naam van het derde land van bestemming en de ISO-landcode.

I.21

Niet van toepassing

I.22

Voor doorvoer naar

 

Selecteer dit vak voor zendingen die niet in overeenstemming zijn met de voorschriften van de EU en die bestemd zijn om via de EU/de relevante EER-staat naar een derde land te worden vervoerd over de weg, per spoor of over het water.

Vermeld de naam van de BIP waar de producten de EU zullen verlaten (BIP van uitgang) en de daaraan door Traces toegewezen unieke alfanumerieke code.

Vermeld de naam van het derde land van bestemming en de ISO-landcode.

I.23

Voor de interne markt

 

Selecteer dit vak voor zendingen die worden aangeboden voor distributie op de interne markt.

Dat geldt ook voor zendingen die, nadat zij op veterinaire gronden zijn vrijgegeven voor het vrije verkeer, mogen worden opgeslagen onder douanecontrole, en later kunnen worden ingeklaard, hetzij in het douanekantoor waarvan de grensinspectiepost geografisch afhangt, hetzij elders.

I.24

Voor niet-conforme goederen

 

Selecteer het type bestemming waar de zending zal worden geleverd en onder veterinaire controle worden opgeslagen: een vrije zone, een vrij entrepot, een douane-entrepot of een leverancier aan zeevervoermiddelen.

I.25

Voor opnieuw binnenbrengen

 

Dit betreft zendingen van oorsprong uit de EU die in een derde land zijn geweigerd en die worden teruggezonden naar de inrichting van oorsprong in de EU.

I.26

Niet van toepassing

I.27

Vervoermiddelen na BIP

 

Selecteer de passende vervoermiddelen voor goederen die worden overgeladen of opnieuw worden binnenbracht en voor niet-conforme goederen die worden doorgevoerd (zie het richtsnoer voor vak I.13).

I.28

Niet van toepassing

 

Niet van toepassing.

I.29

Niet van toepassing

 

Niet van toepassing.

I.30

Niet van toepassing

I.31

Beschrijving van de zending

 

Vermeld de diersoort, de behandeling die de producten hebben ondergaan en het aantal en het type van de colli waaruit de vracht bestaat, bijvoorbeeld 50 dozen van 2 kg, of het aantal containers.

Vermeld ten minste de eerste vier cijfers van de desbetreffende GN-code als vastgesteld bij Verordening (EEG) nr 2658/87 van de Raad, zoals laatstelijk gewijzigd. Deze codes zijn ook vermeld in Beschikking 2007/275/EG van de Commissie (en zijn gelijkwaardig aan de GS-titels). Alleen in het geval van visserijproducten, waar er één certificaat is voor één zending met diverse producten en meer dan één productcode, kunnen de extra codes indien nodig op het GDB worden aangebracht.

I.32

Totaal aantal verpakkingen

 

Vermeld het totale aantal verpakkingen in de zending, indien van toepassing.

I.33

Totale hoeveelheid

 

Vermeld het totale aantal rietjes met sperma, eicellen en embryo’s, indien van toepassing.

I.34

Totaal nettogewicht/totaal brutogewicht (kg)

 

Nettogewicht: gewicht van het product zelf in kg, exclusief de verpakking. Dit wordt omschreven als de massa van het product zelf, zonder de onmiddellijke verpakkingen of andere verpakkingen.

Brutogewicht: totaalgewicht in kg. Dit wordt omschreven als de totale massa van de producten inclusief de onmiddellijke verpakkingen en alle andere verpakkingen, maar exclusief de transportcontainers en andere transportmiddelen.

I.35

Verklaring

 

De verklaring moet worden ondertekend door de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor de zending:

Ondergetekende, belanghebbende bij de hierboven omschreven lading, verklaart dat, voor zover zij/hij weet, de in deel I van dit document opgenomen verklaringen waar en volledig zijn en stemt ermee in de wettelijke voorschriften van Richtlijn 97/78/EG na te leven, inclusief betaling voor veterinaire controles, voor het opnieuw accepteren van een zending die na doorvoer door de EU naar een derde land is afgewezen (artikel 11, lid 1, onder c)), en eventuele kosten voor vernietiging.

 

DEEL II — CONTROLES

Vak

Omschrijving

II.1

Vorig GDB

 

Dit is de unieke alfanumerieke code die door Traces is toegewezen aan het GDB dat vóór de overlading is gebruikt.

II.2

Referentienummer GDB

 

Dit is de unieke alfanumerieke code die in vak I.2 wordt vermeld.

II.3

Documentencontrole

 

In te vullen voor alle zendingen.

II.4

Overeenstemmingscontrole

 

Selecteer “zegelcontrole” wanneer de containers niet worden geopend en alleen het zegel wordt gecontroleerd overeenkomstig artikel 4, lid 4, onder a), i), van Richtlijn 97/78/EG.

Selecteer “nee” wanneer goederen van een BIP naar een andere BIP worden overgeladen.

II.5

Fysieke controle

 

“Regeling verlaagde frequentie” verwijst naar de regeling die is vastgesteld bij Beschikking 94/360/EEG van de Commissie, waarbij de zending niet is geselecteerd voor een fysieke controle maar ervan wordt uitgegaan dat de controles naar behoren zijn uitgevoerd wanneer alleen de documentencontrole en de overeenstemmingscontrole zijn verricht.

“Andere” verwijst naar de procedure wederinvoer, vervoer onder toezicht, overlading, doorvoer of procedures van de artikelen 12 en 13. Deze bestemmingen kunnen worden afgeleid uit de gegevens in andere vakken.

II.6

Laboratoriumtest

 

Selecteer de categorie van de stof of het pathogeen waarvoor een onderzoeksprocedure is aangevat.

“Steekproef” verwijst naar bemonstering waarbij de zending niet wordt aangehouden in afwachting van een resultaat, in welk geval de bevoegde autoriteit van bestemming in kennis moet worden gesteld via Traces (zie artikel 8 van Richtlijn 97/78/EG). “Verdenking” betreft gevallen waarin de zending is aangehouden in afwachting van een gunstig resultaat, is getest in verband met een eerdere melding via het RASFF (systeem voor snelle waarschuwingen voor levensmiddelen en diervoeders), of is getest in verband met een geldende vrijwaringsmaatregel.

II.7

Niet van toepassing

II.8

Niet van toepassing

II.9

Toegelaten voor overlading

 

Selecteer dit vak wanneer een zending niet wordt ingevoerd in deze grensinspectiepost maar in een ander vaartuig of een ander vliegtuig verder wordt vervoerd hetzij om te worden ingevoerd in de EU via een tweede en volgende grensinspectiepost in de EU/EER, hetzij met een derde land als bestemming (zie artikel 9 van Richtlijn 97/78/EG en Uitvoeringsbesluit 2011/215/EU van de Commissie (1)).

II.10

Niet van toepassing

II.11

Toegelaten voor doorvoer

 

Selecteer dit vak indien kan worden aanvaard dat zendingen die niet in overeenstemming zijn met de EU-voorschriften, via de EU/een EER-staat naar een derde land worden verzonden over de weg, per spoor of per schip. Dit vervoer moet plaatsvinden onder veterinaire controle overeenkomstig de voorschriften in artikel 11 van Richtlijn 97/78/EG en in Beschikking 2000/208/EG.

II.12

Toegelaten voor de interne markt

 

Dit vak moet worden gebruikt voor alle zendingen die op de interne markt in het vrije verkeer mogen worden gebracht.

Het moet ook worden gebruikt voor zendingen die aan de EU-voorschriften voldoen maar die om financiële redenen niet onmiddellijk worden ingeklaard in de grensinspectiepost, maar worden opgeslagen onder douanetoezicht in een douane-entrepot of later en/of op een andere geografische bestemming worden ingeklaard.

II.13

Toegelaten voor monitoring

 

Te gebruiken wanneer zendingen worden aanvaard maar onder toezicht moeten worden vervoerd naar een specifieke bestemming zoals vastgesteld in artikel 8 of artikel 15 van Richtlijn 97/78/EG.

II.14

Toegelaten als niet-conforme goederen

 

Te gebruiken voor alle zendingen die niet aan de EU-voorschriften voldoen en die bestemd zijn om te worden verplaats naar of opgeslagen in entrepots die zijn erkend overeenkomstig artikel 12, lid 4, of die bestemd zijn voor handelaren die zijn erkend overeenkomstig artikel 13 van Richtlijn 97/78/EG.

II.15

Niet van toepassing

II.16

Niet toegelaten

 

Duidelijk vermelden welke maatregelen moeten worden toegepast wanneer invoer wordt geweigerd.

De datum vermelden waarop de voorgestelde maatregel moet zijn uitgevoerd.

Het adres van de inrichting van bestemming moet worden vermeld in vak II.18.

II.17

Reden voor weigering

 

Het gewenste vakje selecteren.

II.18

Details gecontroleerde bestemmingen

 

In voorkomend geval het erkenningsnummer en adres (of de naam van het vaartuig en de haven) vermelden voor alle bestemmingen indien verdere veterinaire controle van de zending vereist is.

II.19

Zending opnieuw verzegeld

 

Dit vak invullen wanneer het originele zegel op een zending vernietigd is bij het openen van de container. Er moet een geconsolideerde lijst van alle in dit verband gebruikte zegels worden bewaard.

II.20

Identificatie BIP

 

Zet het officieel stempel van de BIP of de bevoegde autoriteit in het geval van niet-conforme zendingen.

II.21

Certificerend functionaris

 

Handtekening van de dierenarts, of wanneer het gaat om havens waar uitsluitend vis wordt gehanteerd, van de aangewezen officiële ambtenaar overeenkomstig Beschikking 93/352/EEG.

Ondergetekende, officieel dierenarts, of aangewezen officieel ambtenaar, verklaart dat de veterinaire controles van deze zending zijn uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften van de EU.

II.22

Inspectiekosten

 

Voor intern gebruik.

II.23

Referentie douanedocument

 

Voor gebruik door de douanediensten, indien nodig.

II.24

Volgend GDB

 

Vermeld de unieke alfanumerieke code die door Traces is toegewezen aan het GDB dat wordt gebruikt om de controles na de overlading te documenteren.

 

DEEL III — FOLLOW-UP

Vak

Omschrijving

III.1

Vorig GDB

Dit is de unieke alfanumerieke code die in vak II.1 wordt vermeld.

III.2

Referentienummer GDB

Dit is de unieke alfanumerieke code die in vak I.2 wordt vermeld.

III.3

Volgend GDB

Vermeld de alfanumerieke code van een of meer GDB’s zoals vermeld in vak II.24.

III.4

Gegevens betreffende de terugzending

Vermeld, zodra deze gekend zijn, het gebruikte vervoermiddel, de identificatiegegevens daarvan, de naam van de BIP van uitgang, het land van bestemming en de datum van terugzending.

III.5

Follow-up door

Duid de autoriteit aan die verantwoordelijk is voor de certificering van de ontvangst en overeenstemming van de zending waarop het GDB betrekking heeft.

III.6

Certificerend functionaris

Dit betreft de handtekening van de verantwoordelijke ambtenaar in het geval van terugzending en follow-up van de zendingen.

DEEL 2

Model voor het GDB-P2

Image 1

Image 2

Image 3

Image 4

”.

(1) Uitvoeringsbesluit 2011/215/EU van de Commissie van 4 april 2011 ter uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft het overladen in de grensinspectiepost van binnenkomst van zendingen producten, bestemd voor invoer in de Unie of voor derde landen (PB L 90 van 6.4.2011, blz. 50).


BIJLAGE II

BIJLAGE III

DEEL 1

Richtsnoeren met betrekking tot het gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst voor dieren — model 2 (GVDB-A2)

Algemeen

De in deel I gespecificeerde gegevens vormen de data dictionaries voor de elektronische versie van het GVDB-A2.

Papieren exemplaren van een elektronisch GVDB-A2 moeten een uniek machineleesbaar optisch etiket dragen dat naar de elektronische versie verwijst.

Van de vakken I.20 tot en met I.26 en II.9 tot en met II.16 moet telkens één vak worden geselecteerd; selecteer voor elk vak één optie.

Als in een vak meerdere opties kunnen worden geselecteerd, worden in de elektronische versie van het GVDB-A2 alleen de geselecteerde opties weergegeven.

Als een vak niet verplicht is, wordt de inhoud ervan weergegeven als doorgehaalde tekst.

De volgorde van de vakken in het model van het GVDB-A2 en de grootte en vorm van die vakken zijn indicatief.

Als een stempel vereist is, is het elektronische equivalent daarvan een elektronisch zegel.

DEEL I — BESCHRIJVING VAN DE ZENDING

Vak

Omschrijving

I.1

Verzender/exporteur

 

Vermeld de commerciële organisatie (in het derde land) die de zending verstuurt.

I.2

Referentienummer GVDB

 

Dit is de unieke alfanumerieke code die door Traces wordt toegewezen en in de vakken II.2 en III.2 wordt herhaald.

I.3

Lokaal referentienummer

 

Vermeld de door de bevoegde autoriteit toegewezen unieke alfanumerieke code.

I.4

Buitengrensinspectiepost

 

Selecteer de naam van de buitengrensinspectiepost (BIP).

I.5

Code buitengrensinspectiepost

 

Dit is de unieke alfanumerieke code die door Traces aan de BIP wordt toegewezen (en die in het Publicatieblad wordt bekendgemaakt).

I.6

Geadresseerde/importeur

 

Vermeld het adres van de persoon of de commerciële organisatie die op het certificaat voor het derde land is aangegeven. Al deze gegevens zijn verplicht.

I.7

Plaats van bestemming

 

De plaats waar de dieren naartoe worden gebracht voor de laatste lossing (controleposten niet meegerekend) en waar zij zullen worden gehouden overeenkomstig de geldende regels.

Naam, land, adres en postcode vermelden.

De plaats van bestemming kan dezelfde zijn als de locatie van de geadresseerde.

I.8

Voor de lading verantwoordelijke exploitant

 

Dit is de persoon (ook vertegenwoordiger of declarant) die verantwoordelijk is voor de zending wanneer die wordt aangeboden in de grensinspectiepost en die de nodige verklaringen aflegt aan de bevoegde autoriteiten namens de importeur: vermeld naam en adres.

Deze persoon moet de BIP overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder a), van Richtlijn 91/496/EEG in kennis stellen.

De belanghebbende bij de lading en de geadresseerde kunnen dezelfde persoon zijn.

I.9

Begeleidende documenten

 

Nummer: vermeld het unieke officiële nummer van het certificaat.

Datum van afgifte: dit is de datum waarop het certificaat/document is ondertekend door de officiële dierenarts of de bevoegde autoriteit.

Begeleidende documenten: dit betreft voornamelijk bepaalde typen paarden (paardenpaspoort), zoötechnische documenten of Cites-vergunningen.

Referentienummer commerciële documenten: het nummer van de luchtvrachtbrief, het nummer van de zeevrachtbrief of het commercieel registratienummer van de trein of het wegvoertuig.

I.10

Voorafgaande kennisgeving

 

Vermeld de datum en het tijdstip waarop de zendingen waarschijnlijk zullen aankomen in de BIP.

Importeurs of hun vertegenwoordigers moeten (op grond van artikel 3, lid 1, onder a), van Richtlijn 91/496/EEG) het veterinaire personeel van de BIP waar de dieren zullen worden aangeboden, één werkdag van tevoren in kennis stellen van het aantal en het soort dieren, alsmede van het vermoedelijke tijdstip van aankomst.

I.11

Land van oorsprong

 

Dit is het land waar de dieren de vereiste periode hebben doorgebracht (drie maanden in het geval van voor de slacht bestemde runderen, varkens, schapen, geiten en paardachtigen; fok-, gebruiks- of geregistreerde paardachtigen, en pluimvee; zes maanden in het geval van fok- en gebruiksrunderen en -varkens; fok-, gebruiks- en mestschapen en -geiten).

In het geval van paarden die opnieuw worden binnengebracht, is dit het land van waaruit zij het laatst zijn verzonden.

I.12

Regio van oorsprong

 

De regio waar de dieren dezelfde periode hebben doorgebracht die voor het land is gespecificeerd. Dit is alleen een vereiste voor landen die opgedeeld zijn in regio’s en waarvoor de invoer slechts uit een of meer delen is toegestaan. De codes van de regio’s zijn vermeld in de desbetreffende voorschriften.

I.13

Vervoermiddelen

 

Vermeld de details van het vervoermiddel voor vervoer naar de BIP:

De vervoerswijze (lucht, zee, spoor, weg).

Identificatie van het vervoermiddel: voor vervoer via de lucht, het vluchtnummer; voor vervoer via de zee, de naam van het vaartuig; voor vervoer via het spoor, het nummer van de trein en de wagon; voor vervoer via de weg, het registratienummer van het wegvoertuig en in voorkomend geval het nummer van de aanhanger.

I.14

Niet van toepassing

I.15

Inrichting van oorsprong

 

Dit vak kan worden gebruikt om de naam, het adres (straat, gemeente en regio/provincie/deelstaat, naargelang het geval), het land en de ISO-landcode van de inrichting(en) van oorsprong te vermelden.

Vermeld in voorkomend geval het registratie- of erkenningsnummer.

I.16

Niet van toepassing

I.17

Containernummer/zegelnummer

 

Vermeld alle zegelnummers en containernummers voor zover dat relevant is.

Vermeld voor een officieel zegel het in het officiële certificaat vermelde officiële zegelnummer en selecteer “officieel zegel” of vermeld een ander zegel zoals aangegeven in de begeleidende documenten.

I.18

Gecertificeerd als of voor

 

Vermeld de informatie zoals aangegeven in het certificaat overeenkomstig de vastgestelde regels.

Een “op grond van Richtlijn 92/65/EEG erkende instelling” is een officieel erkende instelling, officieel erkend instituut of officieel erkend centrum. “Quarantaine” verwijst naar Verordening (EU) nr. 139/2013 (1) voor bepaalde vogels en naar Richtlijn 92/65/EEG voor vogels, katten en honden. “Heruitzetting” is van toepassing op weekdieren. “Andere” betreft doeleinden die niet elders in deze classificatie worden vermeld.

I.19

Niet van toepassing

I.20

Voor overlading

 

Gebruik dit vak, overeenkomstig artikel 4, lid 3, van Richtlijn 91/496/EEG, indien een zending niet via deze BIP wordt ingevoerd en de dieren via de zee of de lucht met hetzelfde vaartuig respectievelijk hetzelfde vliegtuig verder reizen naar een andere BIP voor invoer in de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte. Vermeld het door Traces toegewezen nummer van de eenheid — zie vak I.5.

Dit vak kan ook gebruikt worden wanneer dieren uit een derde land in de EU/EER aankomen op weg naar een ander derde land waarnaar zij in hetzelfde lucht- of zeevaartuig reizen.

I.21

Niet van toepassing

I.22

Voor doorvoer naar

 

Dit betreft de doorvoer door de EU/EER van dieren die afkomstig zijn uit een derde land en bestemd zijn voor een ander derde land overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 91/496/EEG. Vermeld de ISO-code van het derde land van bestemming.

BIP van uitgang: naam van de BIP waar de dieren de EU verlaten.

I.23

Voor de interne markt

 

Selecteer dit vak indien de zending bestemd is om in de Unie in de handel te worden gebracht.

I.24

Niet van toepassing

I.25

Voor opnieuw binnenbrengen

 

Opnieuw binnenbrengen is alleen van toepassing op geregistreerde paarden die na tijdelijke uitvoer opnieuw worden binnengebracht voor wedrennen, wedstrijden en culturele manifestaties (Verordening (EU) 2018/659 (2)).

I.26

Voor tijdelijke toelating

 

Tijdelijke toelating is alleen van toepassing op geregistreerde paarden. Vermeld het punt en de datum (minder dan 90 dagen na de toelating) van uitgang.

I.27

Vervoermiddelen na BIP

 

Vermeld het vervoermiddel dat na het passeren van de BIP wordt gebruikt alsook de kenmerken ervan (zie richtsnoer voor vak I.13).

“Andere” betekent vervoermiddelen waarop Verordening (EG) nr. 1/2005 (3) inzake het welzijn van dieren tijdens het vervoer niet van toepassing is.

I.28

Vervoerder

 

Vermeld het erkenningsnummer van de vervoerder overeenkomstig de regelgeving inzake dierenwelzijn; bij vervoer per vliegtuig moet de maatschappij lid zijn van IATA.

I.29

Datum van vertrek

 

Dit vak kan worden gebruikt om de verwachte datum en het verwachte tijdstip van vertrek uit de BIP te vermelden.

I.30

Journaal

 

Geef aan of een reisschema wordt gepresenteerd dat de dieren overeenkomstig de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1/2005 vergezelt.

I.31

Beschrijving van de zending

 

Soort: specificeer de diersoort met de gebruikelijke naam en zo nodig het ras.

Geef voor niet-huisdieren (met name voor dieren die bestemd zijn voor dierentuinen, tentoonstellingen of onderzoeksinstellingen) ook de wetenschappelijke naam.

I.32

Totaal aantal verpakkingen

 

Vermeld het aantal dozen, hokken of boxen waarin de dieren worden vervoerd.

I.33

Totale hoeveelheid

 

Vermeld het aantal of het gewicht in kg zoals aangegeven in het veterinair certificaat of in andere documenten.

I.34

Totaal nettogewicht/totaal brutogewicht (kg)

 

Dit vak kan worden gebruikt om:

het totale nettogewicht te vermelden (d.w.z. de massa van de dieren zelf, zonder de onmiddellijke verpakkingen of andere verpakkingen);

het totale brutogewicht te vermelden (d.w.z. de totale massa van de dieren plus de onmiddellijke verpakkingen en alle andere verpakkingen, maar exclusief de transportcontainers of andere transportmiddelen).

I.35

Verklaring

 

Ondergetekende, belanghebbende bij de hierboven omschreven lading, verklaart dat, voor zover zij/hij weet, de in deel I van dit document opgenomen verklaringen waar en volledig zijn en stemt ermee in de wettelijke voorschriften van Richtlijn 91/496/EEG na te leven, inclusief betaling voor veterinaire controles, alsook voor terugzending van zendingen, voor quarantaine of isolatie van de dieren, of zo nodig de kosten van euthanasie en vernietiging.

Hierdoor verbindt de ondertekenaar zich ertoe ook teruggezonden zendingen in doorvoer die geen toegang krijgen tot een derde land, terug te nemen.

 

DEEL II — CONTROLES

Vak

Omschrijving

II.1

Vorig GVDB

 

Dit is de unieke alfanumerieke code die door Traces wordt toegewezen aan het GVDB dat wordt gebruikt wanneer een zending wordt opgesplitst of in het geval van overlading (indien officiële controles worden uitgevoerd), vervanging of annulering.

II.2

Referentienummer GVDB

 

Dit is de unieke alfanumerieke code die in vak I.2 wordt vermeld.

II.3

Documentencontrole

 

In te vullen voor alle zendingen. Dit omvat ook de controle van de naleving van de nationale voorschriften ongeacht de eindbestemming. De voor deze controle benodigde documenten worden verstrekt door de importeur of diens vertegenwoordiger.

II.4

Overeenstemmingscontrole

 

Vergelijk met de originele certificaten en documenten.

Afwijking: selecteer dit vak voor dieren die overeenkomstig artikel 4, lid 3, van Richtlijn 91/496/EEG zonder overeenstemmingscontrole van de ene BIP naar een andere worden overgeladen.

II.5

Fysieke controle

 

Dit omvat het resultaat van het klinische onderzoek en het sterfte- en ziektecijfer van de dieren.

Afwijking: selecteer dit vak voor dieren die overeenkomstig artikel 4, lid 3, van Richtlijn 91/496/EEG zonder fysieke controle van de ene BIP naar een andere worden overgeladen. Dit vak moet ook worden gebruikt voor diersoorten die niet onder bijlage A bij Richtlijn 90/425/EEG vallen, die worden ingevoerd via een BIP van een lidstaat die niet de eindbestemming is, en waarvan de fysieke controle overeenkomstig artikel 8, punt A, 1, onder b), ii), van Richtlijn 91/496/EEG pas moet worden uitgevoerd op de definitieve plaats van bestemming.

II.6

Laboratoriumtest

 

Getest op: vermeld de categorie van de stof of het pathogeen waarvoor een onderzoeksprocedure is aangevat.

“Steekproef” wijst op een maandelijkse monstername overeenkomstig Beschikking 97/794/EG.

De vermelding “verdenking” omvat gevallen waarin de dieren verdacht worden van ziekte, ziektesymptomen vertonen of in het kader van de geldende vrijwaringsmaatregelen worden getest.

Nog niet beschikbaar: duid dit aan als de dieren in afwachting van de resultaten niet verder worden vervoerd.

II.7

Controle op het welzijn

 

Beschrijf de omstandigheden tijdens het vervoer en het welzijn van de dieren bij aankomst.

Afwijking: selecteer dit vak voor dieren die zonder controle van hun welzijn van de ene BIP naar een andere worden overgeladen.

II.8

Gevolgen van het vervoer voor de dieren

 

Geef het aantal dode dieren, niet voor vervoer geschikte dieren, geboorten en abortussen tijdens het vervoer aan. Geef voor dieren die in grote aantallen worden verzonden (eendagskuikens, vissen, weekdieren enz.) eventueel een schatting van het aantal niet voor vervoer geschikte of dode dieren.

II.9

Toegelaten voor overlading

 

Vul in voorkomend geval in om de aanvaardbaarheid voor overlading, zoals gedefinieerd in vak I.20, aan te geven.

II.10

Niet van toepassing

II.11

Toegelaten voor doorvoer

 

Vul in voorkomend geval de lidstaten van doorvoer in overeenkomstig het reisschema.

II.12

Toegelaten voor de interne markt

 

Vul dit vak in indien de dieren naar een gecontroleerde bestemming (slachthuis, erkende instelling of quarantaine, zoals gedefinieerd in vak I.18) worden gezonden die toegelaten is voor invoer onder specifieke voorwaarden.

II.13

Niet van toepassing

II.14

Niet van toepassing

II.15

Toegelaten voor tijdelijke toelating

 

Dit vak heeft alleen betrekking op geregistreerde paarden. Zij mogen slechts tot de in vak I.26 vermelde datum, maximaal 90 dagen, op het grondgebied van de EU/EER verblijven.

II.16

Niet toegelaten

 

Gebruik dit vak voor zendingen die niet aan de EU-voorschriften voldoen of die verdacht zijn.

Wanneer invoer wordt geweigerd, duidelijk vermelden welke maatregelen moeten worden toegepast. “Slacht” betekent dat het vlees van de dieren na een gunstig advies van de gezondheidsinspectie voor menselijke consumptie in aanmerking kan komen. “Euthanasie” betekent vernietiging of doding van dieren waarvan het vlees niet voor menselijke consumptie in aanmerking komt.

II.17

Reden voor weigering

 

Vul dit vak in voorkomend geval in om extra informatie te verstrekken. Het gewenste vakje selecteren.

“Geen/ongeldig certificaat” heeft betrekking op invoer- of doorvoercertificaten die door derde landen of de lidstaten worden geëist.

II.18

Details gecontroleerde bestemmingen

 

Vermeld het erkenningsnummer en het adres met de postcode voor al deze bestemmingen waarvoor een extra veterinaire controle vereist is. Dit betreft de vakken II.9, II.11, II.12 en II.15. Voor vak II.15 volstaat het adres van de eerste inrichting. Voor gevoelige instellingen die anoniem moeten blijven, moet het toegekende nummer worden aangegeven zonder enig adres.

II.19

Zending opnieuw verzegeld

 

Dit vak invullen wanneer het originele zegel op een zending vernietigd is bij het openen van de container. Er moet een geconsolideerde lijst van alle in dit verband gebruikte zegels worden bewaard.

II.20

Identificatie BIP

 

Officieel stempel van de BIP of de bevoegde autoriteit.

II.21

Certificerend functionaris

 

Naam en handtekening van de officiële dierenarts en de datum.

II.22

Inspectiekosten

 

Voor intern gebruik.

II.23

Referentie douanedocument

 

In te vullen door de douaneautoriteit die hierin relevante informatie kunnen vermelden (bv. het nummer van de douanecertificaten T1 of T5) wanneer zendingen gedurende enige tijd onder douanetoezicht blijven. Deze informatie wordt normaal toegevoegd nadat de dierenarts het certificaat heeft ondertekend.

II.24

Volgend GVDB

 

Vermeld de alfanumerieke code van een of meer “dochter”-GVDB’s.

 

DEEL III — FOLLOW-UP

Vak

Omschrijving

III.1

Vorig GVDB

Dit is de unieke alfanumerieke code die in vak II.1 wordt vermeld.

III.2

Referentienummer GVDB

Dit is de unieke alfanumerieke code die in vak I.2 wordt vermeld.

III.3

Volgend GVDB

Vermeld de alfanumerieke code van een of meer GVDB’s zoals vermeld in vak II.24.

III.4

Gegevens betreffende de terugzending

Vermeld het gebruikte vervoermiddel, de identificatiegegevens daarvan, het land en de ISO-landcode.

Vermeld, zodra deze informatie gekend is, de datum van terugzending en de naam van de BIP van uitgang.

III.5

Follow-up door

Duid de autoriteit aan die verantwoordelijk is voor de certificering van de ontvangst en overeenstemming van de zending waarop het GVDB betrekking heeft: de BIP van uitgang, de BIP van de eindbestemming of de controle-eenheid.

Vermeld de verdere bestemming en/of de redenen voor niet-naleving of voor het wijzigen van de status van de dieren (bv. ongeldige bestemming, ontbrekend of ongeldig certificaat, verschil met document, ontbrekende of ongeldige identificatie, onbevredigende tests, verdachte dieren, dode dieren, verloren dieren of omzetting in permanente toelating).

III.6

Certificerend functionaris

Dit betreft de handtekening van de certificerende functionaris van de bevoegde autoriteit in het geval van terugzending en follow-up van de zendingen.

DEEL 2

Model voor het GVDB-A2

Image 5

Image 6

Image 7

Image 8

Image 9

”.

(1) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 139/2013 van de Commissie van 7 januari 2013 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer van bepaalde vogels in de Unie en de desbetreffende quarantainevoorschriften (PB L 47 van 20.2.2013, blz. 1).

(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/659 van de Commissie van 12 april 2018 betreffende de voorschriften voor het binnenbrengen in de Unie van levende paardachtigen en sperma, eicellen en embryo’s van paardachtigen (PB L 110 van 30.4.2018, blz. 1).

(3) Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97 (PB L 3 van 5.1.2005, blz. 1).


BIJLAGE III

BIJLAGE III

DEEL 1

Richtsnoeren met betrekking tot het gemeenschappelijk document van binnenkomst — model 2 (GDB2)

Algemeen

Deel I moet worden ingevuld door de exploitant van het diervoerder- of levensmiddelenbedrijf of zijn vertegenwoordiger, tenzij anders aangegeven.

Deel II en deel III moeten door de bevoegde autoriteit worden ingevuld.

De in dit deel gespecificeerde gegevens vormen de data dictionaries voor de elektronische versie van het GDB2.

Papieren exemplaren van een elektronisch GDB2 moeten een uniek machineleesbaar optisch etiket dragen dat naar de elektronische versie verwijst.

Als in een vak meerdere opties kunnen worden geselecteerd, worden in de elektronische versie van het GDB2 alleen de geselecteerde opties weergegeven.

Als een vak niet verplicht is, wordt de inhoud ervan weergegeven als doorgehaalde tekst.

De volgorde van de vakken in het model van het GDB2 en de grootte en vorm van die vakken zijn indicatief.

Als een stempel vereist is, is het elektronische equivalent daarvan een elektronisch zegel.

DEEL I — BESCHRIJVING VAN DE ZENDING

Vak

Omschrijving

I.1

Verzender/exporteur

 

Vermeld de naam en het volledige adres van de natuurlijke of rechtspersoon (exploitant van het diervoeder- of levensmiddelenbedrijf) die de zending verzendt. Vermelding van telefoon- en faxnummer of e-mailadres wordt aanbevolen.

I.2

Referentienummer GDB

 

Dit is de unieke alfanumerieke code die door Traces wordt toegewezen en in de vakken II.2 en III.2 wordt herhaald.

I.3

Lokaal referentienummer

 

Vermeld de door de bevoegde autoriteit toegewezen unieke alfanumerieke code.

I.4

Aangewezen punt van binnenkomst

 

Selecteer de naam van het aangewezen punt van binnenkomst (APB) of het controlepunt, indien van toepassing.

I.5

Code aangewezen punt van binnenkomst

 

Dit is de unieke alfanumerieke code die door Traces wordt toegewezen aan het APB of het controlepunt, indien van toepassing.

I.6

Geadresseerde/importeur

 

Vermeld de naam en het volledige adres. Vermelding van telefoon- en faxnummer of e-mailadres wordt aanbevolen.

I.7

Plaats van bestemming

 

Vermeld het leveringsadres in de Unie. Vermelding van telefoon- en faxnummer of e-mailadres wordt aanbevolen.

I.8

Voor de zending verantwoordelijke exploitant

 

Dit is de persoon (de exploitant van het diervoeder- of levensmiddelenbedrijf of zijn vertegenwoordiger of de persoon die namens hem aangifte doet) die voor de zending verantwoordelijk is op het ogenblik dat zij op het APB wordt aangeboden en die namens de importeur op het APB de nodige declaraties bij de bevoegde autoriteit doet. Vul de naam en het volledige adres in. Vermelding van telefoon- en faxnummer of e-mailadres wordt aanbevolen.

I.9

Begeleidende documenten

 

Vul de datum van afgifte en het nummer in van de officiële documenten waarvan de zending in voorkomend geval vergezeld gaat.

Referentienummer commerciële documenten: het nummer van de luchtvrachtbrief, het nummer van de zeevrachtbrief of het commercieel registratienummer van de trein of het wegvoertuig.

I.10

Voorafgaande kennisgeving

 

Vul de datum en het tijdstip in waarop de zending waarschijnlijk zal aankomen in het APB of het controlepunt, indien van toepassing.

I.11

Land van oorsprong

 

Dit betreft het derde land waaruit de goederen afkomstig zijn, waar zij worden geteeld, geoogst of geproduceerd.

I.12

Niet van toepassing

I.13

Vervoermiddelen

 

Vermeld alle gegevens betreffende het vervoermiddel van aankomst: voor vliegtuigen het vluchtnummer, voor vaartuigen de naam van het vaartuig, voor wegvoertuigen het registratienummer met eventueel het nummer van de aanhanger, voor treinwagons de identificatiegegevens van de trein en het wagonnummer.

I.14

Land van verzending

 

Dit is het derde land waar de zending is geladen in het vervoermiddel waarmee zij uiteindelijk naar de Unie is gebracht.

I.15

Niet van toepassing

I.16

Vervoersomstandigheden

 

Selecteer de in acht te nemen transporttemperatuur.

I.17

Containernummer/zegelnummer

 

Vermeld alle zegelnummers en containernummers voor zover dat relevant is.

Vermeld voor een officieel zegel het in het officiële certificaat vermelde officiële zegelnummer en selecteer “officieel zegel” of vermeld een ander zegel zoals aangegeven in de begeleidende documenten.

I.18

Gecertificeerd als of voor

 

Selecteer het beoogde gebruik van de goederen zoals gespecificeerd in het officiële certificaat (indien vereist) of het commerciële document.

Selecteer het passende vakje naargelang de goederen bestemd zijn voor menselijke consumptie zonder voorafgaande sortering of materiële behandeling (selecteer in dat geval “menselijke consumptie”), of voor menselijke consumptie na een dergelijke behandeling (selecteer in dat geval “verdere verwerking”), of voor gebruik als diervoeder (selecteer in dat geval “diervoeders”) of voor een ander gebruik.

I.19

Niet van toepassing

I.20

Voor overbrenging naar

 

Gedurende de in artikel 19, lid 1, vastgestelde overgangsperiode moet het APB dit vak selecteren om overbrenging naar een ander controlepunt mogelijk te maken na een bevredigende documentencontrole op het APB.

I.21

Voor verder vervoer

 

Vermeld de plaats waarnaar de voor overeenstemmings- en materiële controles geselecteerde zending bij voorkeur wordt verzonden als het APB daar overeenkomstig artikel 8 toestemming voor geeft in afwachting van de resultaten van de materiële controles.

I.22

Niet van toepassing

I.23

Voor de interne markt

 

Selecteer dit vak wanneer de zending bestemd is voor invoer in de Unie (artikel 8).

I.24

Niet van toepassing

I.25

Niet van toepassing

I.26

Niet van toepassing

I.27

Vervoermiddelen na APB

 

Selecteer de passende vervoermiddelen in het geval van overbrenging naar een controlepunt of verder vervoer (zie het richtsnoer voor vak I.13).

I.28

Niet van toepassing

   

I.29

Niet van toepassing

   

I.30

Niet van toepassing

I.31

Beschrijving van de zending

 

Geef een gedetailleerde omschrijving van de goederen (met inbegrip van het type voor diervoeders).

Gebruik de code waarmee de goederen worden geïdentificeerd, zoals vermeld in bijlage I (met inbegrip van de Taric-onderverdeling indien van toepassing).

Vermeld de aard van de verpakking.

I.32

Totaal aantal verpakkingen

 

Vermeld het totale aantal verpakkingen in de zending, indien van toepassing.

I.33

Totale hoeveelheid

 

Vermeld het aantal stuks of het volume, indien van toepassing.

I.34

Totaal nettogewicht/totaal brutogewicht (kg)

 

Nettogewicht: gewicht van het product zelf in kg, exclusief de verpakking. Dit wordt omschreven als de massa van het product zelf, zonder de onmiddellijke verpakkingen of andere verpakkingen.

Brutogewicht: totaalgewicht in kg. Dit wordt omschreven als de totale massa van de producten inclusief de onmiddellijke verpakkingen en alle andere verpakkingen, maar exclusief de transportcontainers en andere transportmiddelen.

I.35

Verklaring

 

De verklaring moet worden ondertekend door de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor de zending:

Ondergetekende, verantwoordelijke exploitant voor de hierboven omschreven zending, verklaart dat, naar haar/zijn beste weten, de in deel I van dit document vervatte verklaringen waar en volledig zijn en stemt ermee in de voorschriften van Verordening (EG) nr. 882/2004 betreffende officiële controles, inclusief betaling voor officiële controles, en de daaruit voortvloeiende officiële maatregelen in geval van niet-naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen na te leven.

 

DEEL II — CONTROLES

Vak

Omschrijving

II.1

Vorig GDB

 

Vermeld in dit vak de unieke alfanumerieke code die door Traces is toegewezen aan het GDB dat is gebruikt vóór overbrenging naar een controlepunt of vóór verder vervoer.

II.2

Referentienummer GDB

 

Dit is de unieke alfanumerieke code die in vak I.2 wordt vermeld.

II.3

Documentencontrole

 

In te vullen voor alle zendingen.

II.4

Overeenstemmingscontrole

 

De bevoegde autoriteit van het APB of, gedurende de in artikel 19, lid 1, vastgestelde overgangsperiode, de bevoegde autoriteit van het controlepunt vult de resultaten van de overeenstemmingscontroles in.

II.5

Materiële controle

 

De bevoegde autoriteit van het APB geeft aan of de zending wordt geselecteerd voor materiële controles die gedurende de in artikel 19, lid 1, vastgestelde overgangsperiode door een ander controlepunt kunnen worden uitgevoerd.

De bevoegde autoriteit van het APB of, gedurende de in artikel 19, lid 1, vastgestelde overgangsperiode, de bevoegde autoriteit van het controlepunt vult de resultaten van de materiële controles in.

II.6

Laboratoriumtest

 

De bevoegde autoriteit van het APB of, gedurende de in artikel 19, lid 1, vastgestelde overgangsperiode, de bevoegde autoriteit van het controlepunt vult hier de resultaten van de laboratoriumtest in. Vermeld in dit vak de categorie van de stof of de pathogeen waarvoor een laboratoriumtest is uitgevoerd.

II.7

Niet van toepassing

II.8

Niet van toepassing

II.9

Toegelaten voor overbrenging naar

 

Gedurende de in artikel 19, lid 1, vastgestelde overgangsperiode geeft de bevoegde autoriteit van het APB na een bevredigende documentencontrole aan naar welk controlepunt de zending kan worden vervoerd om aldaar overeenstemmings- en materiële controles te ondergaan.

II.10

Toegelaten voor verder vervoer naar

 

De bevoegde autoriteit van het APB geeft aan of de zending is toegelaten voor verder vervoer, zoals bedoeld in artikel 8. Verder vervoer kan alleen worden toegestaan indien de overeenstemmingscontroles op het APB zijn uitgevoerd en indien het resultaat ervan bevredigend is. Vak II.4 moet daarom worden ingevuld op het moment dat verder vervoer wordt toegestaan, terwijl vak II.5 moet worden ingevuld zodra de resultaten van de laboratoriumtests beschikbaar zijn.

II.11

Niet van toepassing

II.12

Toegelaten voor de interne markt

 

Dit vak moet worden gebruikt voor alle zendingen die in de Unie in het vrije verkeer worden gebracht.

II.13

Niet van toepassing

II.14

Niet van toepassing

II.15

Niet van toepassing

II.16

Niet toegelaten

 

Geef duidelijk aan tegen welke datum de maatregelen moeten worden genomen in geval van afwijzing van de zending wegens een onbevredigend resultaat van de controles.

II.17

Reden voor weigering

 

Selecteer het passende vakje.

II.18

Details gecontroleerde bestemmingen (II.9, II.10 en II.16)

 

In voorkomend geval het erkenningsnummer en adres (of de naam van het vaartuig en de haven) vermelden voor alle bestemmingen indien verdere controle van de zending vereist is.

II.19

Zending opnieuw verzegeld

 

Dit vak invullen wanneer het originele zegel op een zending vernietigd is bij het openen van de container. Er moet een geconsolideerde lijst van alle in dit verband gebruikte zegels worden bewaard.

II.20

Identificatie van het APB of het controlepunt

 

Breng hier het officiële stempel aan van de bevoegde autoriteit van het APB of, gedurende de in artikel 19, lid 1, vastgestelde overgangsperiode, van de bevoegde autoriteit van het controlepunt.

II.21

Certificerend functionaris

 

Handtekening van de verantwoordelijke ambtenaar van de bevoegde autoriteit van het APB of, gedurende de in artikel 19, lid 1, vastgestelde overgangsperiode, van de bevoegde autoriteit van het controlepunt.

Ondergetekende, officieel inspecteur van het APB/controlepunt, verklaart dat de controles op de zending overeenkomstig de voorschriften van de Unie zijn uitgevoerd.

II.22

Inspectiekosten

 

Dit vak kan worden gebruikt om de inspectiekosten te vermelden.

II.23

Referentie douanedocument

 

Voor gebruik door de douanediensten, indien nodig.

II.24

Volgend GDB

 

Vermeld de unieke alfanumerieke code die door Traces is toegewezen aan het GDB dat wordt gebruikt na overbrenging naar een controlepunt of na verder vervoer.

 

DEEL III — FOLLOW-UP

Vak

Omschrijving

III.1

Vorig GDB

Dit is de unieke alfanumerieke code die in vak II.1 wordt vermeld.

III.2

Referentienummer GDB

Dit is de unieke alfanumerieke code die in vak I.2 wordt vermeld.

III.3

Volgend GDB

Vermeld de alfanumerieke code van een of meer GDB’s zoals vermeld in vak II.24.

III.4

Gegevens betreffende de terugzending

De bevoegde autoriteit van het APB of, gedurende de in artikel 19, lid 1, vastgestelde overgangsperiode, de bevoegde autoriteit van het controlepunt vermeldt het gebruikte vervoermiddel, de identificatiegegevens ervan, het land van bestemming en de datum van terugzending, zodra deze gegevens bekend zijn. De vermelding van de naam van de BIP van uitgang of het APB is optioneel.

III.5

Follow-up

Vermeld de voor het toezicht verantwoordelijke eenheid van de plaatselijke bevoegde autoriteit in geval van “vernietiging”, “verwerking” of “gebruik voor ander doel” van de zending. Die autoriteit vermeldt in dit vak het resultaat van de aankomst van de zending en de overeenstemming van de zending.

III.6

Certificerend functionaris

In het geval van “terugzending” betreft dit de handtekening van de verantwoordelijke ambtenaar van de bevoegde autoriteit van het APB of, gedurende de in artikel 19, lid 1, vastgestelde overgangsperiode, van de verantwoordelijke ambtenaar van het controlepunt.

In het geval van “vernietiging”, “verwerking” of “gebruik voor ander doel” betreft dit de handtekening van de verantwoordelijke ambtenaar van de lokale bevoegde autoriteit.

DEEL 2

Model voor het GDB2

Image 10

Image 11

Image 12

Image 13


Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving