Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.5-4.105

UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2019/1562 VAN DE COMMISSIE

van 16 september 2019

tot wijziging van de Beschikkingen 2007/305/EG, 2007/306/EG en 2007/307/EG wat betreft de tolerantieperiode voor sporen van hybride Ms1×Rf1 (ACS-BNØØ4-7×ACS-BNØØ1-4)-koolzaad, hybride Ms1×Rf2 (ACS-BNØØ4-7×ACS-BNØØ2-5)-koolzaad en Topas 19/2 (ACS-BNØØ7-1)-koolzaad en daarvan afgeleide producten

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 6524)

(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (1), en met name artikel 8, lid 6, en artikel 20, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In de Beschikkingen 2007/305/EG (2), 2007/306/EG (3) en 2007/307/EG (4) worden de regels vastgesteld voor het uit de handel nemen van hybride Ms1×Rf1 (ACS-BNØØ4-7×ACS-BNØØ1-4)-koolzaad, hybride Ms1×Rf2 (ACS-BNØØ4-7×ACS-BNØØ2-5)-koolzaad en Topas 19/2 (ACS-BNØØ7-1)-koolzaad en daarvan afgeleide producten (“gg-materiaal”). Die beschikkingen zijn vastgesteld nadat de vergunninghouder, het bedrijf Bayer CropScience AG, de Commissie had laten weten dat hij niet voornemens was om een aanvraag in te dienen tot verlenging van de vergunning voor dat gg-materiaal overeenkomstig artikel 8, lid 4, eerste alinea, artikel 11, artikel 20, lid 4, en artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1829/2003.

(2)

In elk van deze drie beschikkingen werd voorzien in een overgangstermijn van vijf jaar tijdens welke levensmiddelen en diervoeders die materiaal bevatten dat geheel of gedeeltelijk uit dit gg-materiaal bestond of daarmee was geproduceerd, in de handel mochten worden gebracht mits het gehalte niet meer dan 0,9 % bedroeg en die aanwezigheid onvoorzien of technisch niet te voorkomen was. Deze overgangstermijn was bedoeld om rekening te houden met het feit dat soms minieme sporen van dat gg-materiaal in de voedsel- en voederketen aanwezig konden zijn, zelfs nadat Bayer CropScience AG had besloten om te stoppen met de verkoop van zaad dat van deze genetisch gemodificeerde organismen was afgeleid, ook al waren alle maatregelen genomen om de aanwezigheid van dat gg-materiaal te voorkomen.

(3)

Ondanks de door Bayer CropScience AG genomen maatregelen om aanwezigheid van die genetisch gemanipuleerde organismen te voorkomen overeenkomstig de Beschikkingen 2007/305/EG, 2007/306/EG en 2007/307/EG, zijn er nog altijd minieme sporen van die organismen waargenomen in goederen die koolzaad bevatten. Bij Uitvoeringsbesluit 2012/69/EU van de Commissie (5) werden alle drie de beschikkingen gewijzigd om de overgangstermijn te verlengen tot en met 31 december 2016 en werd het aanwezigheidsniveau van dat gg-materiaal dat in levensmiddelen en diervoeders wordt getolereerd, tot een massafractie van 0,1 % verlaagd. De drie beschikking zijn voorts gewijzigd bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2268 van de Commissie (6) om de overgangstermijn te verlengen tot en met 31 december 2019.

(4)

Daarnaast werd in de Beschikkingen 2007/305/EG, 2007/306/EG en 2007/307/EG een aantal maatregelen vastgesteld die Bayer CropScience AG moest nemen om ervoor te zorgen dat dit gg-materiaal daadwerkelijk uit de handel werd gehaald, en werden de verslagleggingsverplichtingen van de adressaat bepaald.

(5)

Voorts werden bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1117 van de Commissie (7) de drie beschikkingen 2007/305/EG, 2007/306/EG en 2007/307/EG gewijzigd wat de adressaat betrof, na een op 1 augustus 2018 door Bayer CropScience AG ingediend verzoek om overdracht van al zijn rechten en plichten met betrekking tot alle kennisgevingen, aanvragen en vergunningen voor genetisch gemodificeerde producten aan BASF Agricultural Solutions Seed US LLC, in de Unie vertegenwoordigd door BASF SE (Duitsland). De Beschikkingen 2007/305/EG, 2007/306/EG en 2007/307/EG moeten derhalve worden gericht tot BASF SE.

(6)

In oktober 2018 heeft BASF SE gemeld dat er in de afgelopen jaren, ondanks de getroffen maatregelen en in een verder dalende tendens, nog altijd minieme sporen van die genetisch gemanipuleerde organismen konden worden waargenomen in goederen die koolzaad bevatten. De aanhoudende aanwezigheid van sporen kan worden verklaard door de biologie van koolzaad dat gedurende lange perioden in een slapende toestand kan blijven, alsook door de landbouwpraktijken die zijn toegepast om het zaad te oogsten en de daaruit voortvloeiende accidentele verspreiding, waarvan het niveau moeilijk te schatten was op de datum van vaststelling van de Beschikkingen 2007/305/EG, 2007/306/EG en 2007/307/EG en van de Uitvoeringsbesluiten 2012/69/EU en (EU) 2016/2268.

(7)

Tegen deze achtergrond is het nodig dat de huidige overgangsperiode met drie jaar wordt verlengd, d.w.z. tot en met 31 december 2022, wat voldoende tijd moet bieden om de totale verwijdering van Ms1×Rf1, Ms1×Rf2 en Topas 19/2-koolzaad uit de voedsel- en de voederketen mogelijk te maken.

(8)

Daarnaast moet de adressaat met het oog op een verdere verwijdering van dat gg-materiaal, doorgaan met de uitvoering van het krachtens de Beschikkingen 2007/305/EG, 2007/306/EG en 2007/307/EG verplichte interne programma en met het verzamelen van informatie over de aanwezigheid van dergelijk materiaal in uit Canada in de Unie ingevoerde goederen die koolzaad bevatten, aangezien Canada het enige land is waar deze koolzaadsoorten werden geteeld voor commerciële doeleinden. BASF SE moet uiterlijk op 1 januari 2022 bij de Commissie verslag uitbrengen over beide aspecten.

(9)

BASF SE moet zorgen voor de permanente beschikbaarheid van gecertificeerde referentiematerialen om de controlelaboratoria in staat te stellen ook tijdens die overgangstermijn hun analyse uit te voeren.

(10)

De Beschikkingen 2007/305/EG, 2007/306/EG en 2007/307/EG moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(11)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Beschikking 2007/305/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1 wordt vervangen door:

“Artikel 1

De adressaat voert een intern programma uit in het kader van de teelt en de zaadproductie om ervoor te zorgen dat ACS-BNØØ4-7, ACS-BNØØ1-4 en de hybride combinatie ACS-BNØØ4-7×ACS-BNØØ1-4-koolzaad daadwerkelijk uit de handel worden gehaald, en hij verzamelt informatie over de aanwezigheid van deze genetisch gemodificeerde organismen in koolzaad dat vanuit Canada naar de Unie wordt verzonden.

De adressaat brengt uiterlijk op 1 januari 2022 bij de Commissie verslag uit over de uitvoering van dit programma en over de aanwezigheid van die genetisch gemodificeerde organismen in koolzaad dat van Canada naar de Unie wordt verzonden.”.

2)

Artikel 2 wordt vervangen door:

“Artikel 2

1. Tot en met 31 december 2022 wordt de aanwezigheid van materiaal dat geheel of gedeeltelijk uit ACS-BNØØ4-7-koolzaad, ACS-BNØØ1-4-koolzaad en de hybride combinatie ACS-BNØØ4-7×ACS-BNØØ1-4-koolzaad bestaat of daarmee is geproduceerd, in overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder a), en artikel 20, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1829/2003 gemelde levensmiddelen of diervoeders getolereerd mits:

a)

deze aanwezigheid onvoorzien of technisch niet te voorkomen is, en

b)

het gehalte niet meer dan 0,1 % (massafractie) bedraagt.

2. De adressaat moet zorgen voor de beschikbaarheid van gecertificeerd referentiemateriaal voor ACS-BNØØ4-7×ACS-BNØØ1-4-koolzaad via de American Oil Chemists Society op https://www.aocs.org/crm”.

Artikel 2

Beschikking 2007/306/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1 wordt vervangen door:

“Artikel 1

De adressaat voert een intern programma uit in het kader van de teelt en de zaadproductie om ervoor te zorgen dat ACS-BNØØ4-7, ACS-BNØØ2-5 en de hybride combinatie ACS-BNØØ4-7×ACS-BNØØ2-5-koolzaad daadwerkelijk uit de handel worden gehaald, en hij verzamelt informatie over de aanwezigheid van deze genetisch gemodificeerde organismen in koolzaad dat vanuit Canada naar de Unie wordt verzonden.

De adressaat brengt uiterlijk op 1 januari 2022 bij de Commissie verslag uit over de uitvoering van dit programma en over de aanwezigheid van die genetisch gemodificeerde organismen in koolzaad dat van Canada naar de Unie wordt verzonden.”.

2)

Artikel 2 wordt vervangen door:

“Artikel 2

1. Tot en met 31 december 2022 wordt de aanwezigheid van materiaal dat geheel of gedeeltelijk uit ACS-BNØØ4-7-koolzaad, ACS-BNØØ2-5-koolzaad en de hybride combinatie ACS-BNØØ4-7×ACS-BNØØ2-5-koolzaad bestaat of daarmee is geproduceerd, in overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder a), en artikel 20, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1829/2003 gemelde levensmiddelen of diervoeders getolereerd mits:

a)

deze aanwezigheid onvoorzien of technisch niet te voorkomen is, en

b)

het gehalte niet meer dan 0,1 % (massafractie) bedraagt.

2. De adressaat moet zorgen voor de beschikbaarheid van gecertificeerd referentiemateriaal voor ACS-BNØØ4-7×ACS-BNØØ2-5-koolzaad via de American Oil Chemists Society op https://www.aocs.org/crm”.

Artikel 3

Artikel 1 van Beschikking 2007/307/EG wordt vervangen door:

“Artikel 1

1. De adressaat voert een intern programma uit in het kader van de teelt en de zaadproductie om ervoor te zorgen dat ACS-BNØØ7-1-koolzaad daadwerkelijk uit de handel wordt gehaald, en hij verzamelt informatie over de aanwezigheid van dat genetisch gemodificeerd organisme in koolzaad dat vanuit Canada naar de Unie wordt verzonden.

De adressaat brengt uiterlijk op 1 januari 2022 bij de Commissie verslag uit over de uitvoering van dit programma en over de aanwezigheid van die genetisch gemodificeerde organismen in koolzaad dat van Canada naar de Unie wordt verzonden.

2. Tot en met 31 december 2022 wordt de aanwezigheid van materiaal dat geheel of gedeeltelijk uit ACS-BNØØ7-1-koolzaad bestaat of daarmee is geproduceerd, in overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder a), en artikel 20, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1829/2003 gemelde levensmiddelen of diervoeders getolereerd mits:

a)

deze aanwezigheid onvoorzien of technisch niet te voorkomen is, en

b)

het gehalte niet meer dan 0,1 % (massafractie) bedraagt.

3. De adressaat moet zorgen voor de beschikbaarheid van gecertificeerd referentiemateriaal voor ACS- BNØØ7-1-koolzaad via de American Oil Chemists Society op https://www.aocs.org/crm”.

Artikel 4

De gegevens betreffende ACS-BNØØ4-7-koolzaad, ACS-BNØØ1-4-koolzaad en de hybride combinatie ACS-BNØØ4-7×ACS-BNØØ1-4-koolzaad, ACS-BNØØ4-7-koolzaad, ACS-BNØØ2-5-koolzaad en de hybride combinatie ACS-BNØØ4-7×ACS-BNØØ2-5-koolzaad en ACS-BNØØ7-1-koolzaad in het communautair register van genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, zoals bedoeld in artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1829/2003, worden gewijzigd om rekening te houden met dit besluit.

Artikel 5

Dit besluit is gericht tot BASF SE, Carl-Bosch-Str. 38, D-67063 Ludwigshafen, Duitsland.

Gedaan te Brussel, 16 september 2019.

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1) PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1.

(2) Beschikking 2007/305/EG van de Commissie van 25 april 2007 betreffende het uit de handel nemen van hybride Ms1×Rf1 (ACS-BNØØ4-7×ACS-BNØØ1-4) koolzaad en daarvan afgeleide producten (PB L 117 van 5.5.2007, blz. 17).

(3) Beschikking 2007/306/EG van de Commissie van 25 april 2007 betreffende het uit de handel nemen van hybride Ms1×Rf2 (ACS-BNØØ4-7×ACS-BNØØ2-5) koolzaad en daarvan afgeleide producten (PB L 117 van 5.5.2007, blz. 20).

(4) Beschikking 2007/307/EG van de Commissie van 25 april 2007 betreffende het uit de handel nemen van Topas 19/2 (ACS-BNØØ7-1) koolzaad en daarvan afgeleide producten (PB L 117 van 5.5.2007, blz. 23).

(5) Uitvoeringsbesluit 2012/69/EU van de Commissie van 3 februari 2012 tot wijziging van de Beschikkingen 2007/305/EG, 2007/306/EG en 2007/307/EG wat betreft de tolerantieperiode voor sporen van hybride Ms1×Rf1 (ACS-BNØØ4-7×ACS-BNØØ1-4)-koolzaad, hybride Ms1×Rf2 (ACS-BNØØ4-7×ACS-BNØØ2-5)-koolzaad en Topas 19/2 (ACS-BNØØ7-1)-koolzaad en afgeleide producten daarvan (PB L 34 van 7.2.2012, blz. 12).

(6) Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2268 van de Commissie van 14 december 2016 tot wijziging van de Beschikkingen 2007/305/EG, 2007/306/EG en 2007/307/EG wat betreft de tolerantieperiode voor sporen van hybride Ms1×Rf1 (ACS-BNØØ4-7 × ACS-BNØØ1-4)-koolzaad, hybride Ms1×Rf2 (BNØØ4-7×ACS-BNØØ2-5)-koolzaad en Topas 19/2 (ACS-BNØØ7-1)-koolzaad en daarvan afgeleide producten (PB L 342 van 16.12.2016, blz. 34).

(7) Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1117 van de Commissie van 24 juni 2019 tot wijziging van de Beschikkingen 2007/305/EG, 2007/306/EG en 2007/307/EG wat een wijziging van de adressaat van de beschikkingen betreft (PB L 176 van 1.7.2019, blz. 59).


Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving