Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.6-2.11

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1177 VAN DE COMMISSIE

van 10 juli 2019

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 142/2011 wat betreft de invoer van gelatine, smaakgevende ingewanden en gesmolten vet

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (1), en met name artikel 29, lid 4, en artikel 41, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie (2) bepaalt voorwaarden met betrekking tot de volksgezondheid en de diergezondheid voor de invoer van gelatine, smaakgevende ingewanden en gesmolten vet.

(2)

Tabel 1 van hoofdstuk I, afdeling 1, en tabel 2 van hoofdstuk II, afdeling 1, van bijlage XIV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 bevatten eisen inzake de invoer in de Unie van dierlijke bijproducten.

(3)

Egypte heeft de Commissie voldoende waarborgen verstrekt voor de controles door de bevoegde instantie inzake de productie van gelatine. Het is derhalve gerechtvaardigd om Egypte toe te voegen aan de lijst van derde landen waaruit gelatine in de Unie mag worden ingevoerd.

(4)

Smaakgevende ingewanden voor de productie van voeder voor gezelschapsdieren mogen worden verkregen van als landbouwhuisdier gehouden dieren maar ook van wilde dieren die voor menselijke consumptie zijn geslacht of gedood. Het is raadzaam om de lijst van derde landen die voor de invoer van smaakgevende ingewanden in aanmerking komen in overeenstemming te brengen met een verwijzing naar de lijst van derde landen waaruit vlees van vrij wild voor menselijke consumptie mag worden ingevoerd.

(5)

Verordening (EU) 2017/1261 van de Commissie (3) introduceerde een alternatieve methode op basis van een EFSA-beoordeling (4) voor de productie van hernieuwbare brandstoffen. Het is raadzaam om de invoer van het in de artikelen 8, 9 en 10 van Verordening (EG) nr. 1069/2009 bedoelde gesmolten vet voor gebruik in de nieuwe alternatieve methode toe te staan aangezien het gebruik van dezelfde materialen in de Unie is toegestaan. Hoofdstuk II van bijlage XIV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage XIV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig de tekst in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 juli 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1) PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1.

(2) Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PB L 54 van 26.2.2011, blz. 1).

(3) Verordening (EU) 2017/1261 van de Commissie van 12 juli 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 142/2011 wat betreft alternatieve methoden voor de verwerking van bepaalde uitgesmolten vetten (PB L 182 van 13.7.2017, blz. 31).

(4) Scientific Opinion on a continuous multiple-step catalytic hydro-treatment for the processing of rendered animal fat (Category 1) (EFSA Journal 2015;13(11):4307).


BIJLAGE

Bijlage XIV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 wordt als volgt gewijzigd:

a)

In tabel 1 van hoofdstuk I, afdeling 1, wordt rij 5 vervangen door:

“5

Gelatine en gehydrolyseerde eiwitten

Categorie 3-materiaal als bedoeld in artikel 10, onder a), b), e), f), g), i) en j), en voor gehydrolyseerde eiwitten: categorie 3-materiaal als bedoeld in artikel 10, onder d), h) en k).

De gelatine en de gehydrolyseerde eiwitten moeten vervaardigd zijn overeenkomstig bijlage X, hoofdstuk II, afdeling 5.

a)

Derde landen die zijn opgenomen in de lijst in bijlage II, deel 1, bij Verordening (EU) nr. 206/2010 en de volgende landen:

 

(KR) Zuid-Korea

 

(MY) Maleisië

 

(PK) Pakistan

 

(TW) Taiwan

 

(EG) Egypte;

b)

voor gelatine en gehydrolyseerde eiwitten van vis: derde landen die zijn opgenomen in de lijst in bijlage II bij Beschikking 2006/766/EG.

a)

Voor gelatine: bijlage XV, hoofdstuk 11;

b)

voor gehydrolyseerde eiwitten: bijlage XV, hoofdstuk 12.”

b)

In tabel 2 van hoofdstuk II, afdeling 1, wordt rij 13 vervangen door:

“13

Smaakgevende ingewanden voor de productie van voeder voor gezelschapsdieren

De in artikel 35, onder a), bedoelde materialen.

De smaakgevende ingewanden moeten overeenkomstig bijlage XIII, hoofdstuk III, vervaardigd zijn.

Derde landen die zijn opgenomen in de lijst in bijlage II, deel 1, bij Verordening (EU) nr. 206/2010 waaruit de lidstaten de invoer van vers vlees van dezelfde diersoorten toestaan en waarvoor alleen vlees met been is toegestaan.

Voor smaakgevende ingewanden uit materiaal van vis: derde landen die zijn opgenomen in de lijst in bijlage II bij Beschikking 2006/766/EG.

Voor smaakgevende ingewanden afkomstig van pluimvee: derde landen die zijn opgenomen in de lijst in bijlage I, deel 1, bij Verordening (EG) nr. 798/2008 waaruit de lidstaten de invoer van vers vlees van pluimvee toestaan.

Voor smaakgevende ingewanden van bepaalde wilde landzoogdieren en Leporidae: derde landen die zijn opgenomen in de lijst in bijlage I, deel 1, bij Verordening (EG) nr. 119/2009 waaruit de lidstaten de invoer van vers vlees van dezelfde soorten toestaan.

Bijlage XV, hoofdstuk 3 (E).”

c)

In tabel 2 van hoofdstuk II, afdeling 1, wordt rij 17 vervangen door:

“17

Gesmolten vet voor bepaalde doeleinden buiten de voederketen van landbouwhuisdieren

a)

Voor grondstoffen voor de productie van biodiesel, oleochemische producten of hernieuwbare brandstoffen als bedoeld in bijlage IV, hoofdstuk IV, afdeling 2, onder L: categorie 1-, 2- en 3-materiaal als bedoeld in de artikelen 8, 9 en 10;

b)

voor materiaal voor de productie van hernieuwbare brandstoffen als bedoeld in bijlage IV, hoofdstuk IV, afdeling 2, onder J: categorie 2- en 3-materiaal als bedoeld in de artikelen 9 en 10;

c)

voor materiaal bestemd voor organische meststoffen en bodemverbeteraars:

categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 9, onder c) en d), en artikel 9, onder f), i), en categorie 3-materiaal als bedoeld in artikel 10, behalve onder c) en p);

d)

voor grondstoffen die voor andere doeleinden bestemd zijn:

categorie 1-materiaal als bedoeld in artikel 8, onder b), c) en d), categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 9, onder c) en d), en artikel 9, onder f), i), en categorie 3-materiaal als bedoeld in artikel 10, behalve onder c) en p).

Het gesmolten vet voldoet aan de eisen in afdeling 9.

Derde landen die zijn opgenomen in bijlage II, deel 1, bij Verordening (EU) nr. 206/2010 en, in het geval van materiaal van vis, derde landen die zijn opgenomen in de lijst in bijlage II bij Beschikking 2006/766/EG.

Bijlage XV, hoofdstuk 10 (B).”


Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving