Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Antibiotica in Diervoeders

Hoe zit dat?

Wat zijn antibiotica?
Antibiotica zijn stoffen die bacteriën kunnen doden of remmen. Antibiotica worden aan mensen of dieren gegeven om een bacteriële infectie te bestrijden. Het eerste antibioticum, penicilline, werd in 1928 ontdekt door Alexander Fleming. Vóór die tijd was er geen effectieve behandeling voor infecties zoals longontsteking of bloedvergiftiging. Antibiotica hebben sinds de Tweede Wereldoorlog een grote bijdrage geleverd aan de verbetering van de gezondheid van mens en dier.

Wat is antibioticaresistentie?
Sommige bacteriën zijn resistent tegen antibiotica; deze bacteriën overleven dus een antibioticabehandeling en kunnen zich ongeremd vermeerderen, terwijl de niet-resistente bacteriën zijn verdwenen. Doordat de resistente bacteriën de overhand hebben gekregen, zijn bacteriële infecties vervolgens steeds moeilijker te bestrijden. Bekende voorbeelden van resistente bacteriën zijn MRSA en ESBL. Als mensen met deze bacteriën besmet raken zijn er nauwelijks nog antibiotica beschikbaar die deze infecties kunnen bestrijden. Alle reden dus om antibiotica zorgvuldig en terughoudend in te zetten!

Diervoer bevat standaard antibiotica: Waar of niet waar?
Veel mensen geloven dat aan alle diervoeders antibiotica worden toegevoegd. Dit is echter al meer dan 10 jaar niet meer het geval. Tot 2006 werden lage doseringen antibiotica in Europa wel veel gebruikt als ‘voerbespaarder’ in de varkens- en pluimveehouderij. Vooral bij jonge dieren had het gebruik van een kleine hoeveelheid antibiotica in het voer een positief effect op de darmgezondheid: de dieren verteerden hun voer efficiënter en groeiden sneller. Bij biggen rond het spenen zorgden de antibiotica in het voer voor minder diarree.
Sinds 1 januari 2006 is het gebruik van antibiotica als voerbespaarder in diervoeders in de EU verboden. In Nederland wordt dit door de Voedsel- en Warenautoriteit (nVWA) streng gecontroleerd. Tussen 2006 en 2011 mochten antibiotica nog wel in diervoeders worden toegepast om zieke dieren te genezen. Deze gemedicineerde voeders mochten alleen op voorschrift van een dierenarts geproduceerd en gebruikt worden. Sinds 2011 is ook deze vorm van antibioticaverstrekking via het voer in Nederland niet meer toegelaten. Enerzijds omdat andere toedieningsroutes (injecties of via drinkwater) effectiever zijn, maar ook om ‘versleping’ te voorkomen. Versleping betekent dat geringe hoeveelheden van een geproduceerd voeder achterblijven in de productielijn. Als dat geproduceerde voer antibiotica bevat, dan kunnen deze achtergebleven antibioticaresten terechtkomen in het vervolgens geproduceerde voer. Daardoor kunnen geringe hoeveelheden antibiotica door niet-zieke dieren worden opgenomen en dit verhoogt het risico op resistentie-ontwikkeling. Voor een diervoerfabrikant is het vrijwel onmogelijk om versleping volledig te voorkómen. Daarom heeft de Nederlandse diervoederindustrie er zelf voor gekozen om geen voeders met antibiotica meer op de markt te brengen. De Belgische diervoedersector heeft zich hier inmiddels bij aangesloten.

Bevatten diervoeders dan nooit antibiotica?
Klopt! Sinds 2006 is het gebruik van lage doseringen antibiotica in diervoeders, als voerbespaarder, verboden in de EU. Tussen 2006 en 2011 was de verwerking van antibiotica in gemedicineerde diervoeders, op attest van een dierenarts, nog wel toegelaten, om bacteriële infecties in de veehouderij te bestrijden. Sinds 2011 worden in Nederland helemaal geen diervoeders met antibiotica meer geproduceerd of verkocht.

Worden antibiotica dan helemaal niet meer gebruikt in de veehouderij?
Behandeling met antibiotica blijft soms nodig, om bacteriële infecties te bestrijden. Als één dier ziek is dan kan de dierenarts dat dier individueel behandelen. Dat gebeurt bij voorbeeld als uw hond of kat een infectie heeft opgelopen. In de veehouderij hebben we te maken met groepen dieren en is het vaak beter om de hele groep te behandelen, omdat bacteriën zich gemakkelijk verplaatsen van het ene dier naar het andere. Luchtweg- en maagdarminfecties blijven meestal niet beperkt tot één dier. Voor zo’n ‘koppelbehandeling’ kan de dierenarts kiezen voor toediening van antibiotica via de lucht (aerosol spray) of in het drinkwater.

Hoe houden we landbouwhuisdieren gezond zonder antibiotica?
Helemaal zonder antibiotica zal niet lukken: als een dier lijdt aan een bacteriële infectie die niet vanzelf overgaat, dan zal dat dier moeten worden behandeld, in het belang van zijn gezondheid en welzijn. We kunnen wel veel doen om te voorkomen dat een dier ziek wordt, door een combinatie van goede huisvesting, hygiëne, vakmanschap van de veehouder en voedingsmaatregelen, waaronder het gebruik van producten die de gezondheid ondersteunen.

Wat zijn die voedingsmaatregelen?
Er zijn twee oplossingsrichtingen. De eerste is om het voer zo samen te stellen dat het goed verteerd wordt, zodat er aan het eind van de darm weinig onverteerde voedingsresten zijn waarop de (mogelijk ziekteverwekkende) bacteriën kunnen groeien. De andere oplossingsrichting is door stoffen aan het voer toe te voegen die de weerstand verhogen. Zo zijn er plantaardige extracten en organische zuren die de bacteriegroei verminderen. Ook kunnen sommige toevoegingen de darmwand versterken of het herstel van de darmen bevorderen. Specifieke bacteriën (probiotica) en gisten helpen bij het stabiliseren van de goedaardige bacteriepopulatie in het maagdarmkanaal.
Ook worden er enzymen aan voeders toegevoegd die de vertering van voedermiddelen vergemakkelijken, wat ook weer leidt tot minder voedingsresten waar schadelijke bacteriën op kunnen groeien. In de Nederlandse veehouderij worden deze voedingsmaatregelen al veelvuldig ingezet, met goede resultaten. Figuur 1 laat dat goed zien: De afgelopen tien jaar is het antibioticagebruik in Nederland al met 70% afgenomen!

antibioticagebruik  gespeende biggen

 


logo fnd

Deze factsheet is opgesteld in opdracht van de Federatie Nederlandse Diervoederketen (FND). De FND staat voor de productie van verantwoorde en veilige voedermiddelen en voeders voor landbouwhuisdieren en gezelschapsdieren.
Wageningen University & Research en Schothorst Feed Research B.V. zijn verantwoordelijk voor de inhoud van deze factsheet.

 


schothorst

Schothorst Feed Research B.V. is een onafhankelijk onderzoeksinstituut dat wetenschappelijke, nutritionele kennis ontwikkelt en samen met haar klanten vertaalt naar nieuwe, innovatieve diervoederconcepten. Zo staat Schothorst Feed Research B.V. aan de basis van veel innovaties in de diervoeding.
Meer informatie: www.schothorst.nl.

 


wageningen university


De missie van Wageningen University & Research is ‘To explore the potential of nature to improve the quality of life’. De kracht van Wageningen University & Research ligt in de bundeling van gespecialiseerde onderzoeksinstituten en de universiteit in de samenwerking vanuit verschillende natuur-, technologische en maatschappijwetenschappelijke disciplines. Daardoor kunnen wetenschappelijke doorbraken snel in de praktijk en in het onderwijs worden vertaald.
Meer informatie: www.wur.nl.